Een monoloog door Geert Kint

Regie: Raf De Boever

De monoloog speelt zich af op 11 november 1961. Rémi Bogaert, soldaat-carabinier in WO I, komt thuis van "zijn hoogdag": de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Hij begint te mijmeren over het verleden en vertelt van zijn Groote Oorlog:


We schrijven zomer 1914. Rémi Bogaert, 16 jaar, is een boerenzoon uit Landskouter. Zijn jonge leven wordt op zijn kop gezet wanneer de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Na omzwervingen in Frankrijk wordt hij onder de wapens geroepen voor dienst, krijgt zijn militaire opleiding bij de Carabiniers in Valognes (Normandië) en belandt aan het front. Daar ondervindt hij de gruwel aan den lijve.


Zijn kleinzoon Geert Kint vertelt zijn verhaal. In de monoloog volgt de toeschouwer het wedervaren van Rémi: van in Landskouter, de hofsteden in Frankrijk, het opleidingskamp tot in de loopgraven van Boezinge. In de monoloog komen filmpjes voor waarin Rémi terugdenkt aan markante zaken in zijn oorlogsleven: frontaalmoezeniers, verpleegkundigen en Karel Cogghe passeren in beeld. We willen u meenemen in het frontleven van Rémi en vertellen hoe het echt was om soldaat te zijn tijdens die Groote Oorlog, waar de kogels je om de oren floten en elke dag je laatste kon zijn...